Netwerkschool 2.0 is de specifiek voor en met het mbo uitgewerkte versie van het eerste Netwerkschoolconcept uit 2006. Bij de Netwerkschool 2.0 staat een slimme en flexibele organisatie van het competentiegericht onderwijs centraal. Dit betekent ook: slimmer werken voor onderwijsprofessionals en managers. Verder wordt de beoogde productiviteitsverbetering mogelijk gemaakt door het effectieve gebruik van ICT voor:
- het leren zelf;
- het toetsen, volgen en begeleiden van de student en;
- voor de organisatie van het leerproces (d.w.z.: voor het mogelijk maken van de decentrale planning).
De beoogde arbeidsproductiviteitsverbetering impliceert dat de docent de meest waardevolle productiefactor van een school is, waarmee doelgericht en zuinig dient te worden omgesprongen. De Netwerkschool realiseert dit door:
Meer contact: de docent is volledig toegewijd aan de student. Toetsen en nakijken verloopt zoveel mogelijk via de computer. De docent wordt hierdoor in staat gesteld 80 procent van zijn werktijd aan de studenten te besteden.
Meer onderscheid: de Netwerkschool realiseert door functiedifferentiatie een efficiënte en effectieve inzet van mensen. Opdat eenieder doet waar hij of zij goed in is. Naast hoogopgeleide docenten die inhoudelijk specialist zijn, zijn er instructeurs met praktische kennis, procesbegeleiders en onderwijsondersteuners. Ook studenten worden, tegen betaling, ingezet voor het geven van delen van het onderwijs. Door de hechte samenwerking met bedrijven wordt het voor mensen uit het bedrijfsleven aantrekkelijk delen van opleidingen te verzorgen. Zelfstandigen zonder personeel zorgen voor flexibiliteit in de formatie.
Het kaartenboek
Het model De Netwerkschool 2.0 is uitgewerkt in een kaartenboek. Het kaartenboek is een ondernemingsplan, uitgewerkt volgens een standaard bedrijfsmodel en gaat primair over de organisatie van het onderwijs, dus over praktische zaken als de planning, de invulling van de werkweek en de organisatie van verantwoording. We zijn hierbij uitgegaan van de organisatie van het competentiegericht onderwijs (cgo), omdat het mbo dit in 2010 ingevoerd moet hebben. ua onderwijskundige filosofie is De Netwerkschool verder volstrekt pragmatisch.
De naam Netwerkschool slaat zowel op de interne als de externe organisatie van de school. Intern betekent het dat de school is georganiseerd als een flexibele en servicegerichte netwerkorganisatie. Extern staat de Netwerkschool voor hechte samenwerking met bedrijven en instellingen in de regio en professioneel relatiebeheer.